Hoe kon je? Door Jim
Willis, 2001
Toen ik pup was, amuseerde ik je met mijn gekke streken en maakte ik je
aan het lachen. Je noemde mij je kind, en ondanks een aantal
kapotgekauwde schoenen en wat vermoorde kussentjes werd ik je beste
vriend. Als ik "stout" was, schudde je met je vinger naar me en vroeg je
me "hoe kon je?", maar dan gaf je weer toe en rolde je me op mijn rug om
mijn buik te kriebelen.
Mijn zindelijkheidstraining duurde wat langer dan verwacht omdat je het
vreselijk druk had, maar daar hebben we allebei hard aan gewerkt. Ik
weet nog dat ik 's nachts mijn neus tegen je aanschurkte en dat ik naar
je diepste geheimen en dromen luisterde, en ik kon me geen beter leven
voorstellen. We maakten lange wandelingen en renden door het park,
maakten ritjes in de auto, stopten om een ijsje te kopen (ik kreeg
alleen het hoorntje want "ijs is slecht voor honden", zei je) en ik deed
lange dutjes in de zon en wachtte tot je aan het eind van de dag thuis
zou komen.
Geleidelijk ging je meer tijd aan je werk en je carrière besteden, en
meer tijd aan het zoeken van een menselijke partner. Ik wachtte geduldig
op je, troostte je als je gekwetst of teleurgesteld was, gaf je nooit op
je kop als je een verkeerde beslissing nam en sprong vrolijk in het rond
als je thuis kwam. En toen werd je verliefd. Zij - inmiddels je vrouw -
is geen "hondenmens". Toch verwelkomde ik haar in het huishouden,
probeerde haar genegenheid te geven en gehoorzaamde haar. Ik was
gelukkig omdat jij gelukkig was.
Toen kwamen de menselijke baby's en ik deelde in je opwinding. Ik was
gefascineerd door hun roze huidje, hoe ze roken, en ik wilde ze ook
bemoederen. Alleen maakten jij en zij je zorgen dat ik ze pijn zou doen,
en ik werd de meeste tijd naar een andere kamer verbannen, of naar de
bench. Oh, ik wilde zo graag van ze houden, maar ik werd een "gevangene
van de liefde".
Toen ze groeiden, werd ik hun vriend. Ze hingen aan mijn vacht en trokken
zichzelf op wiebelige beentjes op, staken vingers in mijn ogen,
onderzochten mijn oren en gaven mij kusjes op de neus. Ik hield van ze
en van hun aanraking - jouw aanrakingen waren nu zo zeldzaam - en ik zou
hen met mijn leven hebben verdedigd als het nodig was geweest. Ik glipte
stiekem in hun bedden en luisterde naar hun zorgen en geheime dromen, en
samen wachtten we op het geluid van jouw auto op de oprit.
Er was een tijd dat, als anderen je vroegen of je een hond had, je een
foto van mij uit je portefeuille haalde en hen verhalen over mij
vertelde. De afgelopen jaren antwoordde je slechts "ja" en veranderde je
van onderwerp. Ik was van "jouw hond" verworden tot slechts "een hond",
en iedere euro die je aan mij besteedde werd er een teveel.
Nu heb je een carrièrekans in een andere stad, en jij en je gezin
verhuizen naar een appartement waar geen honden toegestaan zijn. Je hebt
de juiste beslissing genomen voor je "gezin", maar er was een tijd dat
ik je enige gezinslid was. Ik was blij opgewonden over de autorit, tot
we bij het dierenasiel stopten. Het rook naar honden en katten, naar
angst, naar hopeloosheid. Je vulde de paperassen in en zei "ik weet
zeker dat jullie een goed tehuis voor haar vinden". Zij haalden hun
schouder op en keken je meewarig aan. Zij kennen de harde werkelijkheid
voor een hond van middelbare leeftijd, zelfs een met "papieren".
Je moest de vingertjes van je zoon van mijn halsband lostornen terwijl
hij schreeuwde "Nee pappa! Laat ze niet mijn hond meenemen!" En ik
maakte mij zorgen om hem, en over wat je hem hiermee had bijgebracht
over vriendschap en trouw, liefde en verantwoordelijkheid, en over
respect voor alle leven. Je gaf me een afscheidsklopje op mijn hoofd, je
vermeed mij in de ogen te kijken, en weigerde beleefd mijn halsband en
riem mee te nemen. Je moest nog een deadline halen - en ik nu ook.
Na je vertrek zeiden de twee aardige dames dat je waarschijnlijk al
maanden wist dat je zou verhuizen en dat je geen poging had gedaan om
een goed tehuis voor me te vinden. Ze schudden het hoofd en zeiden "hoe
kon je?"
Ze geven ons hier in het asiel zoveel aandacht als mogelijk is met hun
drukke bezigheden. Ze voeren ons natuurlijk, maar al dagen heb ik geen
trek meer. In het begin rende ik iedere keer als er iemand langskwam
naar het hek, hopend dat jij het was. Dat je van gedachten was
veranderd. Dat dit allemaal slechts een nare droom was. Of ik hoopte
tenminste dat het iemand was die medelijden met me had, die me zou
redden. Toen ik me realiseerde dat ik niet opkon tegen die met gekke
fratsen aandacht vragende pupjes, die geen idee hadden wat hen te
wachten stond, trok ik me maar terug in het verste hoekje van mijn
kennel en wachtte af.
Ik hoorde haar voetstappen toen ze me kwam halen aan het eind van de dag,
en ik liep met haar terug de gang door naar een aparte kamer. Een
gelukzalig stille kamer. Ze plaatste me op de tafel en wreef over mijn
oren en vertelde me dat ik me geen zorgen moest maken. Mijn hart bonkte
in afwachting van wat er ging gebeuren, maar ook voelde ik een zekere
opluchting. De "gevangene van de liefde" was aan het einde van haar
dagen gekomen. Omdat het mijn aard is, had ik met haar te doen. De last
die zij moet torsen is zwaar, dat weet ik zoals ik ook altijd jouw
stemmingen aanvoelde. Voorzichtig plaatste ze een tourniquet om mijn
voorpoot terwijl een traan over haar wang gleed. Ik likte haar hand op
dezelfde manier als ik altijd bij jou deed om je te troosten, al die
jaren geleden. Met grote vaardigheid liet ze de injectienaald in mijn
ader glijden. Toen ik de steek voelde en de koele vloeistof die zich
door mijn lichaam verspreidde, ging ik slaperig liggen, keek haar in de
ogen en fluisterde "hoe kon je?"
Misschien begreep ze mijn hondentaal, want ze zei "het spijt me zo". Ze
hield me tegen zich aan en legde mij haastig uit dat het haar taak was
ervoor te zorgen dat ik naar een betere wereld ging, waar ik niet
genegeerd, mishandeld of verlaten kon worden of voor mezelf moest zorgen
- een plaats van licht en liefde, zo verschillend van dit aardse
bestaan. Met het laatste beetje energie dat ik nog had, probeerde ik
haar met een laatste kwispel te vertellen dat mijn "hoe kon je?" niet
tegen haar gericht was. Ik dacht aan jou, lieve baas. Ik zal altijd aan
je denken en altijd op je wachten.
Moge iedereen in je leven je zoveel trouw betonen.
Noot van de auteur:
Als de tranen je in de ogen stonden bij het lezen van "Hoe kon je?",
zoals bij mij toen ik het schreef, komt dat doordat het een
samenstelling is van de verhalen van miljoenen dieren die ieder jaar in
asiels over de hele wereld sterven. Iedereen mag het verhaal verspreiden
voor niet-commerciële doeleinden, zolang de auteur wordt vermeld. |
 |
|
Gebruik het om mensen voor te lichten, op websites, in nieuwsbrieven, op
prikborden in asiels en dierenartspraktijken. Vertel mensen dat een
huisdier in huis nemen een belangrijke beslissing is, dat dieren onze
liefde en zorg verdienen, dat het vinden van een ander, goed tehuis voor
je dier je eigen verantwoordelijkheid is en dat ieder asiel en iedere
dierenbeschermingsorganisatie je daarover goede adviezen kan geven, en
dat alle leven kostbaar is. Doe alstublieft al het mogelijke om te
voorkomen dat een dier als ongewenst wordt afgemaakt.
Vertaald door Sandra Hurkmans (Kynologenclub Delft e.o.)